Ik ben een bosdier

Vanochtend las ik in de Volkskrant een mooi stukje over hoe stadsdieren zich evolutionair aanpassen aan beton en lantaarnlicht. Vogels krijgen rondere vleugels om sneller op te kunnen stijgen, slakken kleuren lichter om beter tegen warmte te kunnen. Spinnetjes maken gebruik van het licht doordat insecten daar op af komen en verstrikt raken in het web. Stadsdieren moeten brutaal zijn. Eropuit, vechten voor een plekje, stress trotseren en telkens nieuwe manieren aanleren om aan eten te komen, Dan hebben bosdieren het maar makkelijk. Als je weet wie je vijanden zijn en hoe je een beukennootje openbreekt, heb je een lekker leven. Ik ben een bosdier. Ik mis de skills van een dier uit de stad. In ieder geval, vandaag.

Arme haas. Terug naar de aarde. Zijn wolhaartjes zaten al in de klei. Ik zag een pootje, een oor en een stukje karkas. De boer reed over hem heen met zijn tractor. Dag haas.